vrijdag 2 april 2010

Fool

I have always been a fool of myself

Have always been full of myself

But I was a fool for you too


I did not manage to get the message across

For future love poetry

This will turn out to be a great loss


Because this is not about love

This is about leaving things be

I think we both agree

That I will no longer bother you

And that you will no longer bother me

donderdag 1 april 2010

Inanimate Pussy

Sommige mensen kijken graag de kat uit de boom. Ik reken mijzelf in sommige gevallen wel tot die categorie, maar waar de situatie verandert, verandert ook vaak de behoefte. Ik mag dan ook graag soms, in plaats van de kat, dé kut uit de boom kijken. Soms mag ik ook graag een kut uit de boom kijken, dan maakt het me even niet uit wat voor kut het is, zolang het maar een kut is. Ik kijk dan heel lang en heel aandachtig naar een specifieke kut. Ik vraag me alleen wel af of het kijken echt effect heeft op het uit de boom komen van de kut in kwestie. In principe doet het er niet echt toe, want het belangrijkste is, dat je ziet wanneer 'ie uit de boom komt. Op dat moment spring ik er namelijk op af en klem hem met twee handen beet. Soms moet je er eerst een paar keer op stampen, want anders spartelt hij teveel tegen, maar dan word hij vaak wel een beetje blauw. Enfin, ik pak dan de rechterlip met mijn rechterhand vast en de linker met mijn linkerhand. Ik heb mijn broek dan al wel op mijn enkels, want als je dat nog moet gaan doen als die kut al uit de boom is, dan ben je erg ver van huis. Ik heb hem dan dus vast en rag hem dan helemaal vol en als ik klaar ben, gooi ik hem weg, waarna hij meestal terug de boom in klimt. Als hij daar tenminste nog toe in staat is. De dag daarna ga ik weer bij een andere boom staan kijken, want ik hou ook wel van een beetje afwisseling.

Hè?

Ik stuurde haar het sms-je met de volgende, exacte bewoording "Heb je zin om te schermen? Ik heb namelijk zin om met mijn zwaard te spelen en het jou uit te laten kermen." Dit stuurde ik met de mobiele telefoon van mijn broertje, opdat zij niet zou weten van wie ze het opgestuurd had gekregen. Ze stuurde dan ook terecht de vraag terug wie ik was. Ik antwoordde haar via dit tekstuele medium, dat mijn telefoon stuk was en dat ik daarom gebruik maakte van de telefoon van mijn broertje. Ik vermeldde daarbij niet mij naam. Ze stuurde daarop terug dat ze daar niet veel wijzer van werd. Die avond heb ik niks meer terug gestuurd.

De volgende dag zag ik haar op college. Ik nam naast haar plaats en verhulde mij wederom in het vagevuur van onbeantwoord verlangen en angst. Angst om kwijt te raken wat ik niet had, wat op dat moment onvermijdelijk leek. We praatten, voor het college begon, over wat onbelangrijke dingen, maar ze begon tijdens het gesprek steeds meer zenuwachtig heen en weer te wiebelen. Ik denk dat ze niet durfde te vragen of ik dat gisteren nou was die haar die veelbelovende sms-jes had gestuurd. Het zou heel logisch zijn, aangezien ik graag mag rijmen, maar ik denk niet dat ze wist hoe te reageren als ik het niet was geweest. Of stel nu dat ze het wel had durven vragen, maar dat ik vervolgens glashard had gelogen, om haar in het ongewisse te laten. Dan had ze uit moeten leggen wat ze had ontvangen, omdat ik niet wist waar ze het over had. Op het moment dat ik merkte dat ze zich echt ongemakkelijk begon te voelen, zei ik tegen haar: "Ik wilde je gisteren nog even bellen, maar mijn telefoon deed heel raar." Ze keek me eerst heel verbaasd aan en leek een vraag te willen formuleren, maar er kwam niet meer uit dan "Hè, maar...hè." Ik doe alsof ik haar niet echt gehoord heb en zeg "Wat?" op een fluistertoon, want het college is reeds begonnen. "Niks, niks" zei ze en ze leunde achterover, sloeg haar armen over elkaar en begon naar het plafond te staren.